/* */

 

 

05.04.2016 | 8WEEKLY| door Liefke van den Boom

 

Hongaars repertoire in Frascati: een absurd zwart sprookje

 


Het Nederlandse theaterlandschap is niet heel bekend met het werk van de Hongaarse Ferenc Molnár, maar na de bewerking van Julie Van den Berghe zal hier ongetwijfeld verandering in komen. Zij brengt met het stuk Liliom een donkere en absurde verbeelding van de armoede in de sloppen van Boedapest, waarin het volk in een rauwe werkelijkheid worstelt met sociale (on)afhankelijkheid: een schijnbaar onmogelijk verlangen naar samenhorigheid.

 

De Hongaarse roman- en toneelschrijver Ferenc Molnár (1878 – 1952), pseudoniem voor Ferenc Neumann, wordt gezien als een belangrijk vertegenwoordiger van het naturalistische toneel. Zijn taal wordt over het algemeen als eenvoudig en geestig omschreven, maar wordt door Jibbe Willems vertaald naar een ietwat boerse en gestileerde volkstaal. De tekst is een opsomming van tautologieën en simpele scheldwoorden. Een tekst waarin de hoop op toenadering tot elkaar voelbaar wordt gemaakt.
 
Circulerend geheel
 
Het toneelbeeld is energiek. De ronde houten constructie waarop Liliom de voorstelling opent, vormt tegelijkertijd de kern van het stuk. Om de constructie heen circuleren zilveren panelen die op een never ending rails langs elkaar heen kunnen bewegen. Liliom beweegt zich vrijwel alleen op de constructie en waar hij er een enkele keer vanaf stapt lijkt hij zich van zichzelf te distantiëren. De zestien personages, vertolkt door negen acteurs, spelen in de verschillende lagen tot de kern: Liliom. Zij balanceren in beide richtingen om hem heen en zoeken daarin elk een toenadering tot de agressieve en afstandelijke jongeman. Het is een vorm die prachtige en ingenieuze beelden oplevert en die de gemoedstoestand van Liliom versterkt.

 
Weinig ontwikkeling

 
LiliomDe personages blijven echter vrij typematig. Er is nauwelijks ontwikkeling te ontdekken in de kleine twee uur die de avond duurt. Enkel Julie (Hélène Devos) verrast met mooi spel waarin zij met veel weemoed afscheid neemt van haar Liliom. Een relatie die voor zijn naasten compleet onbegrepen blijft. Behalve voor de tweede vrouw in Lilioms leven: Muskat (Janni Goslinga), wellicht de enige vrouw die naast Julie door Lilioms streken heeft kunnen kijken.
 
Julie Van den Berghe (1981) heeft haar naam snel doen verspreiden. In 2010 studeerde zij af aan de regieopleiding van de Amsterdamse Theaterschool. In 2017 treedt zij in de voetsporen van Ola Mafaalani, als artistiek leider van het Noord Nederlands Toneel. Een frisse regisseuse van wie wij nog meer duistere stukken kunnen verwachten, die volgestopt zijn met haar ‘vrolijk-grimmige fantasie’. Ik hoop dat zij haar tanden in voor Nederland onbekend repertoire blijft zetten.

 
> 8weekly.nl

 
 

 

 

04.04.2016 | De Volkskrant | door Hein Janssen

 

Eelco Smits speelt Liliom knap: aards, laconiek en een beetje eng

 


Regisseur Van den Berghe heeft meerstemmige zang en rariteiten toegevoegd waardoor je goed bij de les blijft. Eelco Smits speelt de titelrol knap: aards, laconiek en soms een beetje eng.

 

Een kermisjongen verliefd wordt op een jong meisje. Het is een bekend gegeven in films en toneelstukken en zo’n jongen is ook hoofdpersonage in het toneelstuk Liliom van de Hongaarse schrijver Ferenc Molnár (1878-1952). Hij is hier niet of nauwelijks bekend, maar heeft niettemin een groot aantal toneelstukken op zijn naam. Bij TA2 en Frascati Producties wordt het stuk nu geregisseerd door Julie van den Berghe. TA2 is de talentondersteunende afdeling van Toneelgroep Amsterdam. Een beetje raar is dat wel, want Van den Berghe wordt komend seizoen artistiek leider bij het Noord Nederlands Toneel, als opvolger van Ola Mafaalani. Van talent naar topvrouw – en dat binnen een jaar.

 

Liliom is een zwart-romantisch stuk met nogal wat uitweidingen en allerlei schetsmatige bijfiguren, gesitueerd in een volkswijk in Boedapest begin 20ste eeuw. Liliom (Eelco Smits) is het type ruwe bolster blanke pit. Hij verdient zijn geld met optredens in de kermisattractie van zijn bazin (Janni Goslinga). Het jonge meisje Julie (Hélène Devos) sluit hem in haar amen. Maar rust vindt Liliom niet – hij is agressief, slaat zijn geliefde, heeft foute vrienden, gaat gokken en wil naar Amerika. Op de vlucht voor de politie klimt hij uiteindelijk in een elektriciteitsmast en elektrocuteert zichzelf.

 

Het toneelbeeld bestaat uit het houten staketsel van een carrousel. Daaromheen schuivende panelen en rails waarop Liliom de trein van Boedapest naar Wenen kan horen, als symbool voor de verte waarnaar hij verlangt. Als toneelstuk is Liliom een mix van Georg Büchners Woyzeck (1837) en Kasimir en Karoline van Ödön von Horváth (1932) – literaire ideeënstukken met een romantisch-avontuurlijke inslag. De voorstelling begint in een soort hiernamaals waarin een Magistraat (Chris Nietvelt) Liliom ondervraagt en hem veroordeelt tot zestien jaar vagevuur – want ‘pas als je vergeten bent, ben je gestorven’.

 

Vanuit die raamvertelling volgen we Liliom langs zijn onrustige levenspad in een reeks scènes die soms flink zijn aangezet (schreeuwende politiemannen, een heerlijk robuuste kermismadam van Goslinga) maar af en toe ook rust en intimiteit krijgen.

Eelco Smits speelt de titelrol knap: aards, laconiek en soms een beetje eng. Hélène Devos is een energieke Julie, maar door haar iets te rappe tempo af en toe helaas onverstaanbaar. Van den Berghe heeft allerlei geluidseffecten, meerstemmige zang en rariteiten toegevoegd waardoor je goed bij de les blijft. Want hoe maf en eigengereid haar voorstelling soms ook is, als Liliom en Julie (dan gespeeld door Chris Nietvelt) aan het eind op bezonken toon hun omstandigheden beschouwen, is er eindelijk rust in de tent. De mallemolen van het leven is tot stilstand gekomen.

 
> www.volkskrant.nl

 
 

 

 

05.04.2016 | NRC | door Ron Rijghard

 

Liliom moet een smeerlap zijn, maar blijft ongevaarlijk

 

Liliom is dood. Met armen en benen gespreid ligt hij op het ronde houten podium. De poortwachter van de hemel (Chris Nietvelt) vraagt hem of hij nog wat goed te maken heeft op aarde. Ze veroordeelt hem tot zestien jaar vagevuur. Dan schiet de voorstelling terug naar toen Liliom nog leefde op aarde, waar hij ontslag neemt bij de draaimolen waar hij werkt en een relatie begint met dienstmeid Julie. Hij blijkt een smeerlap te zijn die vrouwen slaat, omdat „een flinke tik het beste medicijn kan zijn”.
 
Liliom, een tekst uit 1909 van de Hongaar Frenec Molnár, is onder het stof vandaan gehaald door regisseur Julie Van den Berghe, die bij Toneelgroep Amsterdam 2 en Frascati Producties haar talent ontwikkelt. Maar ze vertilt zich aan dit stuk, dat arm van taal en eendimensionaal aandoet. Geen moment vindt de voorstelling het juiste ritme en de toon om de beoogde beklemming tot stand te brengen en uit te groeien tot een proeve van wanhoop, blinde liefde en destructie. De acteursregie is onevenwichtig, het spel schreeuwerig en luidruchtig tot absurd. In de hoofdrol doolt Eelco Smits verloren rond. Zijn geabstraheerde vuistslagen doen koddig aan. Nietvelt redt zich op basis van haar klasse. De onderkoeld acterende Hélène Devos speelt als Julie een sterke rouwscène – bijna ontroerend in deze groteske setting. Dat neem je mee: de wens haar terug te zien.
 
> nrc.nl

 
 

 

 

04.04.2016 | RiRo

 

LILIOM
TA2 EN FRASCATI PRODUCTIES /JULIE VAN DEN BERGHE

 

Een halsstarrige en gewelddadige man van zevenentwintig werkt op de kermis. Daar ontmoet hij het dienstmeisje Julie. Hij neemt ontslag, ze trouwen, maar leiden door geldgebrek een marginaal leven. Julie wordt zwanger, en Liliom droomt van emigratie naar Amerika. Overgehaald door zijn vriend Fiscur doet hij mee aan een mislukte overval op een betaalmeester. Nog gefrustreerder dan hij al was, maakt Liliom een eind aan zijn leven en laat zijn zwangere vrouw in armoede achter.
 
De hemelse magistraat draagt Liliom na zestien jaar vagevuur op om naar de aarde terug te keren om één werk van schoonheid te verrichten. En zich dan, hopelijk gelouterd, opnieuw bij de hemelse rechter te melden. Van het succes van zijn missie op aarde zal afhangen welke deur in het hiernamaals definitief voor hem open zal gaan. Zich presenterend als zwerver, klopt hij aan bij zijn weduwe en zijn inmiddels zestienjarige dochter. Maar ook nu spelen woede en frustratie hem parten. Hij faalt.
 
Eelco Smits speelt eigenlijk altijd goed, maar als Liliom is hij meer dan goed. Geweldig hoe hij de combinatie van goede wil en ingehouden woede laat zien, hoe voortdurend de twee kanten van Liliom voelbaar blijven. De man die wel wil veranderen, maar die dat niet kan door zijn frustraties en zijn schaamte. Ook Hélène Devos, in de andere hoofdrol, laat staaltjes van ongelooflijk goed acteren zien: trots en zelfverzekerd in de scene waarin ze Liliom ontmoet, hartverscheurend in haar rouwmonoloog bij zijn lijk.
 
Julie Van den Bergh blijkt, ook nu weer, een uitstekende acteursregisseur, ook alle andere acteurs spelen goed tot zeer goed. Eén daarvan wil ik toch apart noemen: Janni Goslinga, superieur in haar bijrol als eigenares van de draaimolen en voormalige minnares van Liliom.
 
In Liliom gaat het om de problemen van de onderklasse, van de marginalen. Vertaler Jibbe Willems heeft waarschijnlijk daarom gekozen voor hedendaags Nederlands met opzettelijke taalfouten zoals ‘Die is niet zo goed als mij’, om daarmee het volkse van de personages te benadrukken. Hoe dan ook, het werkt.
 
Liliom is een stuk uit 1909 van Ferenc Molnár, het pseudoniem van Ferenc Neumann (Boedapest 1878 – New York 1952), die in 1938 naar de Verenigde Staten emigreerde. Tot vandaag had ik nog nooit van hem gehoord. Van regisseur Julie Van den Berghe (1981) daarentegen wel, Liliom is inmiddels al de zesde regie die ik van haar zie. Bij de eerste, Salomé (NNT), was ik meteen onder de indruk van haar talent. Maar zowel die voorstelling, als de voorstellingen daarna, gebruikte ze om te onderzoeken welke stijlmiddelen bij haar pasten, om te bepalen wat uiteindelijk haar handtekening als regisseur zou worden.
 
Want met uitzondering van Een lolita (NTGent), strak, stijlvast, en fenomenaal goed, probeerde ze steeds in één en dezelfde voorstelling meer dan één stijlmiddel uit. Begrijpelijk natuurlijk voor een jonge regisseur met ambities. Voor haarzelf waren het waarschijnlijk geslaagde experimenten. Maar voor mij als toeschouwer nogal eens voorstellingen die te lijden hadden onder niet altijd zo geslaagde stijlbreuken.
 
Het zij haar vergeven. Want die experimenten hebben geleid tot de zekere hand van de regisseur die haar vak volledig beheerst. Liliom is een perfecte voorstelling, er valt werkelijk niets op aan te merken.

 
> rirotheater.blogspot.be

 
 

 

 

02.04.2016 | Theaterkrant | door Hein Janssen

 

Liliom is volks en mystiek tegelijk

 


‘Het is smerig, het hart. Het hoort op de slachtbank’, beklaagt Julie Zeller in een emotionele monoloog de liefde. Liliom, titelpersonage, uitvreter, de vader van haar nog ongeboren kind, is zojuist dood gevonden: op de vlucht voor de politie is hij in een elektriciteitsmast geklommen en geëlektrocuteerd. ‘Het is een groot geluk dat je dit is overkomen’, troostte haar beste vriendin Marie haar. Maar Julie verstart, ook als haar aartsrivaal Muskat haar medeleven komt betuigen. Pas zodra ze alleen is, breekt ze.

 

We bevinden ons op pakweg driekwart van de voorstelling Liliom, die regisseur Julie Van den Berghe brengt bij TA-2 (het ontwikkelingsplatform van Toneelgroep Amsterdam voor regisseurs) en Frascati Producties. De proloog van de voorstelling speelt zich praktisch op hetzelfde moment in het verhaal af, maar dan niet bij de nabestaanden, maar bij de overledene zelf. In een duister tribunaal wordt Liliom door De Magistraat over zijn leven aan de tand gevoeld en voorts veroordeeld tot zestien jaar vagevuur. Berouw toont hij allerminst. ‘Heeft u op aarde nog iets recht te zetten?’ ‘Ik zou nog graag Fiscur z’n schedel willen breken.’
 
In vogelvlucht: de Vlaamse Julie Van den Berghe (1981) studeerde in 2010 af aan de regieopleiding van de Amsterdamse Theaterschool. Op het ITs Festival sleepte haar voorstelling de Ton Lutz Prijs in de wacht, de prijs voor de beste regie van het afstudeerfestival. Datzelfde jaar begon ze als huisregisseur bij NTGent, in haar geboorteplaats. In 2013 regisseerde ze bij TA-2 en Frascati Producties Bloedbruiloft, van de Spaanse dichter García Lorca. Vanaf 2017 vormt ze ten slotte, samen met Guy Weizman, de artistieke kern van het Noord Nederlands Toneel. Haar grootvader was Hongaars, net zoals toneelschrijver Ferenc Molnár, die Liliom in 1909 schreef.
 
Op de vloer een grote, houten, ronde schijf – een provisorisch en vastgetimmerd onderstel van de draaimolen waar Liliom werkt, een podium op het podium. ‘Welke dame wil op het hertje?’ Als het knappe dienstmeisje Julie zich aandient en Liliom intiem met haar wordt, wordt carrousel-uitbater Muskat jaloers en stuurt Julie weg. Liliom komt voor haar op, maar het kost hem zijn baan. Samen trekken ze in bij mevrouw Hollinger, een vreemde, intrinsieke fotograaf, verre familie van Liliom. Liliom kan niet tegen het werkloze bestaan, het maakt hem nog opvliegender en agressiever dan hij al was.
 
Molnár (pseudoniem voor Ferenc Neumann) schreef een stuk met zeventien rollen, hier vertolkt door tien acteurs. De personages worden geteisterd door armoede; Molnár situeerde zijn stuk in de sloppen van Boedapest aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. De personages zijn volks en recht voor hun raap. Liliom maakt zich liever duidelijk met zijn vuisten dan met een weloverwogen argument. De taal (vertaling: Jibbe Willems) is eenvoudig en lomp, vol tautologieën en lompe scheldwoorden, noem het een gestileerd dialect.
 
Maar die taal, en de ondubbelzinnigheid van de personages, zit de voorstelling ook in de weg. Ja, Van den Berghe creëert een aanstekelijk en volks sfeertje, maar de personages blijven daarin zo eendimensionaal als wat. Bijna elke rol laat zich met een enkel bijvoeglijk naamwoord prima omschrijven: jaloerse vriendin met deugdzame man, corrupte agent, gevaarlijke vriend, en ten slotte opvliegende rokkenjager – Liliom zelf (gespeeld door Eelco Smits).
 
De enige twee personages met een zekere gelaagdheid zijn, misschien niet toevallig, de twee vrouwen die onvoorwaardelijk van Liliom houden: draaimoleneigenaresse Muskat (verborgen en terughoudend) en Julie (onomwonden en vol). Het zijn dan ook die twee actrices, respectievelijk Janni Goslinga en Hélène Devos, die met hun acteren het meeste indruk maken. Vooral die laatste transformeert prachtig van giechelend pubermeisje tot van verdriet doortrokken vrouw, eindigend in een technisch ingewikkelde monoloog, waarbij melodrama op de loer ligt, maar door intens en eerlijk spel, elke zin binnenkomt.
 
Leven en dood van een smeerlap, luidt de ondertitel, maar waar de één eindigt en de ander begint is in deze voorstelling lang niet zo eenduidig. Met duistere belichting en een raadselachtig (deels live) geluidsdecor maakt Van den Berghe van de rechttoe rechtaan scènes waaruit de voorstelling voornamelijk bestaat, toch een enigszins hallucinante beleving. Zo trekt ze de fantastische elementen die Molnár in het stuk aanbracht (de scènes in het vagevuur) mooi door in het hele verhaal – en wordt de grens tussen leven en dood diffuser.
 
In de laatste scène keert Liliom na zijn zestien jaar uitgezeten te hebben, terug uit het vagevuur. Er volgt een vage scène met Julie (die na een prachtig personage-changement nu gespeeld wordt door Chris Nietvelt), zijn dochter en een kom soep. Maar wat hier precies gebeurt, en vooral waarom, blijft erg onduidelijk. Alsof Van den Berghe niet goed wist wat ze hiermee aanmoest, wat Molnár hiermee bedoelde, dus het maar snel wegmoffelt. En ons daarmee toch deels onbevredigd Frascati weer uitstuurt.

 
> theaterkrant.nl