/* */

 

31.01.2013 | noorderzon | door Robbert van Heuven

 

Vroeger wilde ik de wereld fysiek veranderen. Maar uiteindelijk kom ik steeds weer bij de kracht van het denken en van de verbeelding uit. Daar gaat het me om.

Anne-Cécile Vandalem

 

Ze wordt beschouwd als een van de meest talentvolle Europese jonge theatermakers. Goede reden dus om de Belgische Anne-Cécile Vandalem niet met een, maar zelfs met twee bijzondere voorstellingen op Noorderzon te presenteren: After the Walls (UTOPIA) en Michel Dupont. In beide voorstellingen spelen muren en de menselijke verbeelding een belangrijke rol. “Uiteindelijk kom ik altijd bij de kracht van de verbeelding en van het denken uit. Daar gaat het me om.”
 
Als je denkt over de verhouding tussen de menselijke verbeelding en muren – de twee terugkerende thema’s in het werk van Anne-Cécile Vandalem -, dan kom je al snel uit bij degene die van het verbeelden van muren zijn werk heeft gemaakt: de architect. Het is dan ook niet geheel toevallig dat een architect de hoofdrol speelt in haar voorstelling ‘After the Walls (UTOPIA)’. Die architect roept tijdens de voorstelling de mensen op om na te denken over een nieuwe inrichting van de wereld. Vandalem: “Hij vertelt ons dat hij zelf geen plannen heeft, ook al wil hij de stem van de gemeenschap zijn. Dat moeten wij doen.”
 
Toch is de architect geen utopist. Er schuilt iets gevaarlijks in zijn leiderschap. Dat is bewust, vertelt Vandalem. “Zelf zegt hij: ik ben geen architect, ik ben een oplichter. Ik vertel je niets en ik leid je niet. Maar dat doet hij natuurlijk wel. Hij doet dat wel slim: hij is een showman. Datzelfde zie je terug bij goeroe’s of bij scientology. Die zeggen ook: ik vertel je niets wat je nog niet weet, ik open alleen je ogen. Dat maakt hem inderdaad gevaarlijk. Welke gevolgen zijn leiderschap heeft, wil ik laten zien in het tweede deel van dit tweeluik dat ik later maak: DYSTOPIA.”
 
Anti-utopie
 
Voor Vandalem is een utopie dan ook niet alleen maar iets goeds, zegt ze. Utopieën leiden vaak tot anti-utopieën. “Die dystopie, die andere kant van de medaille, interesseert me. Die ontstaan als er te weinig over de utopie wordt nagedacht, als hij te snel of niet goed wordt uitgevoerd. Dat zie je door de geschiedenis heen gebeuren. Denk aan de modernistische stad die Baron Haussmann van Parijs wilde maken. Dat was misschien een mooie utopie, maar daarvoor moesten grote delen van de stad gesloopt worden, terwijl daar wel mensen woonden wiens leven werd verwoest. Of denk aan de grote groepen Chinezen die in naam van de vooruitgang hun huizen vernietigd zien worden. Ik wil het verschil laten zien tussen een idee en de concretisering daarvan. Daarin is de architect – ondanks zijn grote ideeën over een nieuwe samenleving – wel erg naïef. ”
 
Dat wil niet zeggen, denkt Vandalem, dat we niet na moeten denken over een betere of andere wereld. “We denken te vaak dat de wereld af is. We denken niet meer aan de toekomst, we leven in het nu en dag voor dag. We weten wel dat er allerlei crises dreigen, maar daardoor denken we misschien nog wel minder aan de toekomst. Als mensen ervan overtuigd zijn dat er geen hoop is, gaan ze consumeren. Dat is gevaarlijk, want daarmee stormen we op een muur af.” De menselijke verbeelding, denkt Vandalem, kan door die muur heen breken. “Muren kunnen stuk. We moeten af van het idee dat er niets kan veranderen.”
 
Kelder
 
De kracht van de verbeelding om muren af te breken speelt ook een grote rol in de ervaringsvoorstelling Michel Dupont. Het is een voorstelling zonder acteurs die van de toeschouwer vraagt zijn eigen verbeelding in te zetten. Vandalem: “De hoofdpersoon is opgesloten in een grot of een kelder. Ze heeft geaccepteerd dat ze fysiek niet naar buiten kan, maar met haar verbeelding lukt haar dat wel. Ze breekt met haar verbeelding door de muren.” Vandalem baseerde Michel Dupont op de ervaringen van vrouwen die lange tijd opgesloten hebben gezeten, zoals de Oostenrijkse Natascha Kampusch. “Ze zeggen allemaal: ik moest iets doen om niet gek te worden, dus gebruikte ik mijn fantasie. Natascha Kampusch maakte reizen in haar hoofd of verzon hele recepten voor zichzelf.”
 
Door de voorstelling te baseren op geluid en de toeschouwer in een donkere ruimte neer te zetten, probeert Vandalem die toeschouwer in de positie van de hoofdpersoon te plaatsen. “Zij zit ook in het donker en heeft de beelden alleen in haar hoofd. Dat wilde ik de toeschouwer ook laten ervaren. Er zijn alleen driedimensionale geluidsbeelden met stemmen en geluid die we maken met speciale speakers. Het is aan de toeschouwers om daar hun eigen beelden bij te maken.”
 
Het verbeelden van nieuwe werelden – of ze nou alleen in je hoofd bestaan of in het echt – blijkt dus nog een rode draad die Vandalems voorstellingen verbinden. “Daar doe ik als theatermaker ook. Ik maak fictie. Vroeger wilde ik de wereld fysiek veranderen. Maar uiteindelijk kom ik steeds weer bij de kracht van het denken en van de verbeelding uit. Daar gaat het me om.”
 

 

> link naar artikel online op site van noorderzon.

 

 

Een utopische explosie

Zijn ontwerp moet de complete oplossing zijn voor alle problemen van deze tijd. Een utopische explosie. Een ongekend architecturaal-idealistisch masterplan. Architect Bernard Loizeau nodigt je in After the Walls (UTOPIA) uit om kennis te nemen van zijn plannen voor het ultieme bouwwerk. Maar ook om deelgenoot te worden van zijn idealistische beweging die het cynisme wil afschudden en de mensheid nieuwe hoop
wil geven. Het komend jaar zal Loizeau in Groningen bouwen aan zijn plan. Op Noorderzon 2014 is in de vervolgvoorstelling DYSTOPIA te zien of hij geslaagd is. Daarnaast word je uitgenodigd het proces gedurende het jaar te volgen. De jonge Belgische theatermaakster Anne-Cécile Vandalem gooide in Europa al hoge ogen met haar fabelachtige werk, waarin ze onderzoekt wat een samenleving tot een samenleving maakt. Noorderzon is vanuit NXTSTP een van de co-producenten van After the Walls (UTOPIA).

Camera & montage: Mattias Ronda
Teaser: Lex Vesseur

 

 

 

 

13.05.2013 | cobra.be | door Wouter Santermans

 

Breek uit je cocon

 

After The Walls (Utopia) vormt een tweeluik waarin de knotsgekke architect, Bernard Loizeau, de toeschouwers meeneemt naar zijn ideale wereld. Hij droomt van een samenleving zonder maatschappelijke problemen als overbevolking en woontekorten. Na de voorstelling nodigt hij het publiek uit om één jaar lang mee te helpen aan de realisatie van zijn droom.

 

In een complete duisternis schreeuwt Loizeau met oorverdovende stem zijn idealen naar het publiek. De toeschouwers kijken angstvallig naar wat er komen zal. Maar wanneer het licht aangaat, transformeert hij al snel tot een eersteklas comedian. Met anekdotes, muziek, interactie met het publiek en gekdoenerij maakt hij duidelijk dat de mens in isolement leeft. We trekken ons terug in onze huizen, wagens, appartementen om uiteindelijk in een doodskist te belanden. Het liefst sluiten we ons op en verzekeren ons tegen alle risico’s. “Maar voel je je echt zeker met al die verzekeringen?” Het enige wat we beseffen is dat we kwetsbaar zijn.

 

Stel jezelf de vraag: “zou je anders dromen in je droomhuis dan in het huis waarin je nu woont?” Met dit soort vragen wil Loizeau een andere kijk geven op het woongedrag. Velen zitten vastgeroest in het gedachtegoed van de verbeelde beschutting. Als reactie sloopt Loizeau een deel van het decor en toont een film van ontploffende gebouwen.

 

Loizeau is een man van het woord, maar tegelijk entertaint hij zijn publiek meer dan voortreffelijk met zijn theatrale en hilarische bewegingen. Het ene moment lig je dubbel van het lachen om wat later terug te deinzen voor zijn bulderende toespraak. Kortom, After the Walls is een maatschappijkritisch totaalspektakel vol emotie dat boeit van begin tot eind.

 

> lees online op de site van Cobra.be

 

 

13.05.2013 | La Libre Belgique | door Marie Baudet

 

Une nouvelle création à tiroirs d’Anne-Cécile Vandalem. Au KFDA.

 

Après “(Self) Service” où elle explorait l’enfermement tant physique que mental, après “Habit(u)ation” et ses extrapolations familiales, Anne-Cécile Vandalem tend vers l’aboutissement de sa trilogie des parenthèses. Sans la clore encore car “After the Walls (Utopia)” est le premier terme d’un binôme – qui sera bouclé au Kunstenfestivaldesarts 2014 avec “After the Walls (Dystopia)”. Aujourd’hui le rêve, demain sa réalisation. Et toujours des murs, réels ou virtuels, à prendre en compte, à bâtir peut-être, voire à déconstruire.

 
C’est donc à la présentation d’une utopie que sont ici conviés les spectateurs, chacun muni d’un badge où il aura inscrit son prénom, et portant l’adresse du site (www.afterthewalls.com) où rejoindre une communauté virtuelle allant d’un point à l’autre du projet.

 

Le guide se présente, “Bernard Loizeau, venu d’on ne sait où”, et sous ses traits sans aspérités (barbe courte, chemise ciel, costume gris) déploie un discours qui ira s’amplifiant. Le ton général sera celui d’un prédicateur dont la voix, amplifiée, se fait proche de l’auditeur, et qui parsème son discours d’interjections rassurantes. Sur le terrain de la conviction, Bernard Loizeau sait y faire. L’architecture, dit-il, est sa spécialité. Aussi interroge-t-il dans cet exposé la propension de l’homme à s’enfermer (l’”incarcération permanente” qu’est notre vie), sa tentative perpétuelle de retrouver ou reconstruire l’abri premier et perdu, l’utérus maternel. Mais aussi le pouvoir de l’imaginaire face aux forces de la réalité. Là où “le réalisme est la bonne conscience des salauds”.

 

Anne-Cécile Vandalem a nourri ce monologues d’emprunts : à Gaston Bachelard, Michel Serres, Le Corbusier, Baudrillard, Fassbinder Dans la théorie comme dans la poésie, de l’urbanisme et du modernisme à la psychanalyse, les citations y sont tantôt habilement fondues, tantôt manifestes. De même, les références abondent dans ce qui apparaît comme le fruit d’une imposante recherche. Le tout composant un corpus d’une grande densité. En résulte une durée (1h40) qui gagnerait à s’alléger un peu au fil de l’évolution de cette création.

 

Les visions d’avenir du siècle dernier se heurtent à la réalité du présent. Sur ce terreau fleurissent les orateurs messianiques. Y compris celui d’”After the Walls (Utopia)”. Vincent Lécuyer abolit sans peine le quatrième mur pour cette conférence théâtrale où explose son talent protéiforme. Du meneur de revue au théoricien, en passant par l’”entertainer” de music-hall, l’acteur habite tous les registres. Au risque de perdre le public dans ces méandres – qui cependant ont pour vertu d’étayer le propos : nos géographies physiques et psychiques, ce qu’en font les décideurs, ce que nous-mêmes avons le pouvoir d’en faire, tout “incertains et vulnérables” que nous soyons.

 

> lees online op de site van La Libre Belgique

 

 

 

13.05.2013 | Le Soir | door Catherine Makereel

 

Nouvelle création d’Anne-Cécile Vandalem au Kunsten

 

Hallucinant ! On ne voit pas d’autre mot pour décrire la performance fiévreuse de Vincent Lécuyer qui porte seul sur ses épaules “After the walls (Utopia)”, nouvelle création dense d’ Anne-Cécile Vandalem. Pendant près de deux heures, le comédien belge emporte le public dans une logorrhée révolutionnaire. Comme un Lénine guidant le peuple, ou un prédicateur évangéliste, il nous harangue, nous prend à partie, interroge nos rêves ou s’assied parmi nous. Tantôt le regard délirant du missionnaire exalté, tantôt l’air engoncé dans un costume trop chic, il passe du colporteur fatigué au politicien manipulateur. Ce mélange de passion et de faiblesse nous aimante tant il est habile. Et tant le texte d’Anne-Cécile Vandalem est adroit pour mélanger les interprétations.
 

Dernier volet de sa Trilogie des Parenthèses (“(Self) Service”, “Habit(u)ation”), “After the walls (Utopia)” interroge les utopies collectives : le marxisme bien sûr, mais aussi l’architecture moderniste à la Le Corbusier, ou encore un courant new age pseudo-psychanalytique autour des rêves, de la naissance et de notre place dans le monde. Un grand patchwork ? Oui, mais finement tricoté ! A partir d’une documentation fouillée, Anne-Cécile Vandalem part d’arguments solides pour construire un discours mobilisant mais parsemé d’ironie et de dérives surréalistes, ce qui déstabilise nos niveaux de lecture. C’est cette ambivalence qui questionne la notion même d’utopie. Est-on dans une justification des programmes de rénovation urbaine et la critique d’une architecture qui a oublié l’humain ? Est-on dans une dénonciation de l’immobilisme social et de l’aliénation des masses ? Ou assiste-t-on aux manoeuvres d’embrigadement d’un autiste sectaire ? Au prosélytisme d’un doux dingue ? Le texte mélange tous ces discours avec beaucoup d’humour et des slogans à la fois séduisants et ridicules, du style : “Seule la main qui efface peut écrire le mot juste.” Séduisantes aussi, ces vidéos de barres d’immeubles dynamitées, s’effondrant comme des châteaux de cartes dans un nuage de poussière. Des images qui donnent l’illusion qu’en poussant sur un bouton magique, on peut changer la face de la ville, faire table rase.
 

“After the walls (Utopia)” est donc un spectacle fascinant, dont les quelques longueurs sont largement compensées par la présence magnétique du comédien, et son jeu cabotin avec le public (conseil d’ami : triez votre sac à main avant d’y aller). Entre érudition et autodérision – il faut voir Vincent Lécuyer mimer notre expulsion universelle du vagin maternel – le spectacle affiche quelques ressemblances avec l’univers de Transquinquennal et s’adresse surtout aux amateurs de digressions philosophiques.
 

 

> download artikel (pdf)