/* */

 

 

21.11.2011 | Cobra.be | Roeland de Trazegnies

 

In de roman ‘Berlin Alexanderplatz’ vertelt Alfred Döblin het verhaal van Franz Biberkopf die zijn leven weer wil opbouwen na een gevangenisstraf. Fassbinder maakte er een meesterlijke filmversie van. SKaGeN probeert nu hetzelfde te doen op een theaterpodium.

 

Skagen laat zijn interpretatie van Alfred Döblins klassieker Berlin Alexanderplatz landen in een nabije toekomst. Het scènebeeld van die toekomst bevat donkere flarden uit de populaire sciencefiction-cultuur: Blade Runner, Dune, Mad Max, … De dag is donker en de nacht is zwart, warmte en licht komen uit koude straatverlichting. De verlaten mens zoekt warmte in metalen geraamten en neppe bontjassen. De essentie van de roman blijft overeind: een lange eenzame worsteling van de picareske held Franz Bibberkopf naar het rechte pad, terwijl de gedegenereerde maatschappij lonkt naar de linker- en rechter zelfkant.

 

Pinokkio

 

De voorstelling van Skagen maakt je wakker in 2018 na een financiële Apocalyps. De economische grootmachten zijn geïmplodeerd en nieuwe supermacht Azië heeft de wereld ingepalmd. De veramerikaanste maatschappij waarin we leven, is niet meer. Alles is verchineest: Chinese kranten, televisieprogramma’s, technologie, levensmiddelen. Op een vreemde manier is die Aziatische alomvattendheid in de maatschappij even bedreigend en confronterend als het opkomende Nazisme en fascisme in de oorspronkelijk roman.

 

Bibberkopf zelf wentelt zich in het nieuwe systeem, zichzelf verantwoordend met een hersenloze dooddoener “er moet orde zijn”. Die maatschappij na de crisis kent alleen de zeer rijke toplaag en een overgrote rest die het met minder dan niets moet doen. Na vier jaar gevangenis voor de moord op zijn vrouw komt Franz weer vrij. Hij zoekt zijn foute vrienden op, wisselt van bedpartner als van Chinees goedkoop bier en raakt steeds verder betrokken in criminele praktijken. En toch vindt Franz in dit somber universum goede en ware liefde en suggesties voor een eerlijk levenspad. Het verhaal van Franz Bibberkopf is als het ware Pinokkio voor grote mensen, waarbij het eenzame houten popje vol goede moed naar school vertrekt maar daar nooit aankomt, omdat de Vos en de Kater andere plannen met hem hebben. Zo loeren er ook voor Franz donkere verlokkingen en fatale zijweggetjes.
Skagen slaagt erin om door het decor, de kostumering en de personage-opbouw een onherbergzaam universum te creëren. De personages die de weg van Bibberkopf kruisen, zijn afwisselend warm en gevaarlijk.

 

André Hazes

 
De krachttoer van de voorstelling is de gewaagde tekstbewerking van Skagen. Voor de vertaling van de oorspronkelijke tekst koos het gezelschap een bevreemdende en tegelijk humoristische taal van de toekomst. Alle personages spreken een soort Vlaams-Europees Esperanto: een amalgaam van Vlaams, Engels, Duits, Limburgs en Frans. Die taal confronteert van bij de eerste openingszinnen van acteur Steve Geerts en heeft genoeg nuance om te blijven boeien. Fijn hierbij is dat er ook veel aandacht en zorg gingen naar intertekstuele geestigheden die de nieuwe taal geloofwaardigheid en gelaagdheid geven: zo citeert een van de personages, duidelijk met Hollandse roots en tongval, een gedicht van lang geleden van een zekere Ramsey Nasr. Het blijkt echter om een tekstflard van André Hazes te gaan. Het is anekdotisch maar tegelijk herkenbaar hoe wij met oude teksten en taal omgaan en citaten verhaspelen en intertekstualiteit geweld aandoen .
Kortom, alles in deze nabije toekomst is gerecycleerd en verhaspeld. Ook de kledij van de personages is een gerecycleerde assemblage van modes en periodes, industriële kniebeschermers zijn nu decoratieve schouderstukken, rubber plastic en vergaan katoen zijn in de mode.

 

De hele cast van deze Berlin Alexanderplatz speelt uitvergroot en theatraal. Maar dat moet zo. Alleen Korneel Hamers, een stabiele en geloofwaardige Franz, en Valentijn Dhaenens , zijn duivelse vriend met engelentrekken Reinhald, behouden zowat de hele voorstelling hetzelfde personage. De andere acteurs: Steve Geerts, Mathijs Scheepers en Evelien Bosmans wisselen van personage als van kostuum en doen dat met verve. Scheepers schittert vooral als Eva, een gerateerde hoerenmadam. Geerts kon mij het meest bekoren als de criminele maar aaibare Muts. Evelien Bosmans wisselt dynamisch tussen de twee vrouwen in het leven van Bibberkopf en ontroert.

 

MC Gyver

 

Het is vooral het decor en de soundtrack die vaart uit de voorstelling halen. Maar laat dat de pret niet drukken. Het multifunctionele decor is nochtans zeer knap geconstrueerd en refereert aan de koudheid en de menselijke eenzaamheid van de nabije toekomst. Het decor zou een makkelijk manipuleerbaar instrument moeten zijn bij scènewissels, maar is dat niet. Bovendien worden die scènewissels ondersteund door een loopmontage van televisieserie Knight Rider uit de jaren 80. Akkoord, deze muziek mag dan eventueel een nabije toekomst suggereren maar doet dat niet. Daardoor komen alle scènewissels voor mij over als een knullige MC Gyver-show (ook alweer een jaren 80 associatie). Bovendien wordt de hele voorstelling onderbroken door een pauze voor een lange scènewissel, waarna blijkt dat die eigenlijk alleen nodig was om de opgehangen dierenvellen weer in te pakken. Een spijtige doorbreking van de concentratie van het publiek en de acteurs. Ook de andere jaren 80 muziekklassiekers horen niet echt thuis in deze voorstelling. Flarden Modern Talking en Falco zijn niet geloofwaardig in deze nabije toekomst.
En toch is deze bewerking van Berlin Alexanderplatz door Skagen de moeite om te zien. Het is een interessante manipulatie van een klassieker die uitnodigt om het origineel (de Fassbinderverfilming en het boek) te gaan lezen. De goede maar tragische Bibberkopf zit in elk van ons, deze voorstelling is dan ook een Elckerlyck voor een nieuw theaterseizoen.

 
> read article on cobra.be